Verticale landbouw

Verticale landbouw is de praktijk van het telen van producten in verticaal gestapelde lagen. Hierbij kan gebruik worden gemaakt van grond-, hydrocultuur- of aeroponische -methoden. Verticale landbouwbedrijven proberen voedsel te produceren in moeilijke omgevingen, bijvoorbeeld waar akkerland schaars of niet beschikbaar is. De methode helpt bergsteden, woestijnen en steden verschillende soorten groenten en fruit te telen door gebruik te maken van wolkenkrabber-achtige ontwerpen en precisielandbouwmethoden.

De meeste verticale boerderijen maken gebruik van gesloten structuren, vergelijkbaar met kassen, die verticaal op elkaar worden gestapeld, hetzij direct boven elkaar, hetzij versprongen voor een betere blootstelling aan natuurlijk licht. Als ruimtebesparing van het grootste belang is, kunnen hydrocultuurmethoden als groeimedium in plaats van aarde het gewicht verminderen en de behoefte aan water tot 70% terugdringen.  Het gebruik van aeroponics vermindert het gewicht en de behoefte aan water nog verder. De meeste verticale boerderijen zijn ofwel hydrocultureel ofwel aeroponisch en hebben geen afvloeiing, wat de planten in potten zwaarder zou maken.

Verticale landbouw maakt doorgaans gebruik van een mix van natuurlijk licht en kunstlicht. Kunstlicht is vaak gebaseerd op LED's en kan worden aangedreven door een hernieuwbare energiebron, zoals zonne-energie of windturbines.

Voorstanders van vertical farming roemen de impact die het nu en in de toekomst kan hebben om de voedselzekerheid te vergroten en een positief effect te hebben op de menselijke gezondheid. Er zou minder landbouwgrond nodig zijn, wat ontbossing en vervuiling zou kunnen tegengaan, en stedelijke gebieden zouden zelfvoorzienend kunnen worden.

Critici van verticale landbouw beweren dat de meeste ontwerpen niet efficiënt het nodige kunstlicht leveren om het ontwerp groen te houden. Veel verticale boerderijen hebben een hoge elektriciteitsrekening om een goede opbrengst te produceren. Bovendien wordt de noodzaak van verticale landbouw betwist, aangezien critici beweren dat het probleem niet een gebrek aan landbouwgrond is, maar inefficiënt gebruik.