Synectics

Synectics is een aanpak voor het oplossen van problemen die zich richt op het cultiveren van creatief denken, vaak onder kleine groepen van individuen met diverse ervaring en vaardigheden. De aanpak wordt vaak gebruikt door skunkworks en andere cross-functionele teams, en kan groepsleden helpen problemen te verkennen; nieuwe, vaak abstracte, informatie te behouden; en creatieve oplossingen te ontwikkelen door te breken met bestaande denkpatronen. De term "synectics" is afgeleid van het Griekse woord "synectikos", wat betekent verschillende dingen in een verenigd verband te brengen. 

Synectics werd in de jaren 1950 gezamenlijk ontwikkeld door George M. Prince en William J.J. Gordon, toen ze werkten in de Arthur D. Little Invention Design Unit, een adviesbureau dat bedrijven hielp bij het ontwikkelen van nieuwe productconcepten. Prince en Gordon vroegen zich af waarom sommige vergaderingen productiever waren dan andere en geloofden dat het minder te maken had met de deelnemers dan met een onbekende dynamiek. Om die dynamiek te begrijpen namen ze duizenden uren van productontwikkelingsvergaderingen op en zetten hun observaties om in methoden die de technieken van succesvolle ondernemers en uitvinders weerspiegelen.

Gordon stelde drie stelregels van de synectics-theorie op: wanneer mensen zich bewust worden van de psychologische processen die hun gedrag beïnvloeden, neemt de creatieve productie toe; het emotionele deel van creatief gedrag overschaduwt de intellectuele component; en de emotionele en irrationele componenten moeten worden begrepen en ingezet als hulpmiddelen om de creatieve productie te stimuleren.

Net als design thinking maakt synectics gebruik van de sterke punten van zowel de rechter- (de dromer) als de linkerhersenhelft (de redenaar) en vereist het van teamleden dat ze zich op hun gemak voelen om met complexiteit en schijnbare tegenstrijdigheid te leven. De aanpak houdt in dat men dingen mentaal uit elkaar haalt en weer in elkaar zet om nieuwe inzichten te verwerven en dat men de verbanden probeert te ontdekken die schijnbaar ongerelateerde elementen met elkaar verbinden door middel van analogie en metafoor; dit helpt om iets dat vreemd is vertrouwd te maken en vice versa.

Om ervoor te zorgen dat een planningssessie productief is, moeten de facilitatoren zich voorbereiden door de probleemeigenaars te identificeren, hun verwachtingen vast te stellen  en ervoor te zorgen dat zij de macht hebben om nieuwe oplossingen te implementeren. Verschillende brainstorming technieken of oefeningen kunnen worden gebruikt in het proces om oplossingen te genereren. Bijvoorbeeld,  de probleemeigenaar kan worden gevraagd om het probleem voor te stellen in termen van wensen; dat wil zeggen, uitgedrukt als, "Ik wou dat..." De groep genereert dan zoveel mogelijk oplossingsrichtingen, of springplanken, en de probleemeigenaar selecteert de meest veelbelovende springplanken om te onderzoeken. Tijdens de ideeëngeneratiesessie is de facilitator verantwoordelijk voor het cultiveren en behouden van een sfeer van speculatief denken en bijdragen met een open einde, om diverse ideeën naar boven te halen en deelnemers te beschermen tegen kritiek.