Publiek-private samenwerking (PPS)

Publiek-private samenwerking (PPS) is een financieringsmodel voor een openbaar infrastructuurproject, zoals een nieuw telecommunicatiesysteem, een luchthaven of een elektriciteitscentrale. De publieke partner wordt vertegenwoordigd door de overheid op lokaal, staats- en/of nationaal niveau. De particuliere partner kan een particulier bedrijf zijn, een overheidsbedrijf of een consortium van bedrijven met een specifieke deskundigheid.

PPP is een brede term die kan worden toegepast op alles van een eenvoudig beheerscontract op korte termijn (met of zonder investeringsvereisten) tot een langetermijncontract dat financiering, planning, bouw, exploitatie, onderhoud en desinvestering omvat. PPP-overeenkomsten zijn nuttig voor grote projecten waarvoor hooggeschoolde arbeidskrachten nodig zijn en die veel geld kosten om van start te gaan. Ze zijn ook nuttig in landen waar de staat wettelijk eigenaar moet zijn van infrastructuur die het publiek dient.

Verschillende modellen van PPS-financiering worden gekenmerkt door welke partner verantwoordelijk is voor het eigendom en het onderhoud van activa in verschillende stadia van het project. Voorbeelden van PPS-modellen zijn:

 

  • Design-Build (DB): De partner uit de particuliere sector ontwerpt en bouwt de infrastructuur volgens de specificaties van de partner uit de publieke sector, vaak voor een vaste prijs. De private partner neemt alle risico's op zich.
  • Operation & Maintenance Contract (O & M): De partner uit de particuliere sector exploiteert, op contractbasis, gedurende een bepaalde periode een goed dat eigendom is van de overheid. De overheidspartner blijft eigenaar van de activa.
  • Design-Build-Finance-Operate (DBFO): De partner uit de particuliere sector ontwerpt, financiert en bouwt een nieuw infrastructuuronderdeel en exploiteert/onderhoudt het in het kader van een langlopende huurovereenkomst. De partner uit de particuliere sector draagt het infrastructuuronderdeel na afloop van de huurovereenkomst over aan de partner uit de openbare sector.
  • Build-Own-Operate (BOO): De partner uit de particuliere sector financiert, bouwt, bezit en exploiteert de infrastructuurcomponent voor onbepaalde tijd. De beperkingen van de partner uit de particuliere sector worden vermeld in de oorspronkelijke overeenkomst en door middel van doorlopende regelgeving.
  • Build-Own-Operate-Transfer (BOOT): De partner uit de particuliere sector krijgt toestemming om een infrastructuuronderdeel te financieren, te ontwerpen, te bouwen en te exploiteren (en om gebruikersvergoedingen in rekening te brengen) voor een bepaalde periode, waarna het eigendom weer wordt overgedragen aan de partner uit de openbare sector.

    Buy-Build-Operate (BBO): Deze overheidsactiva worden wettelijk overgedragen aan een partner uit de particuliere sector voor een bepaalde periode.

  • Build-lease-operate-transfer (BLOT): De partner uit de particuliere sector ontwerpt, financiert en bouwt een faciliteit op gepachte openbare grond. De particuliere partner exploiteert de faciliteit voor de duur van de erfpacht. Wanneer de pachtovereenkomst afloopt, worden de activa overgedragen aan de partner uit de publieke sector.
  • Exploitatievergunning: De partner uit de particuliere sector krijgt een licentie of een andere uitdrukking van juridische toestemming om een openbare dienst te exploiteren, meestal voor een bepaalde termijn. (Dit model wordt vaak gebruikt bij IT-projecten.)
  • Finance Only: De partner uit de particuliere sector, meestal een financiële dienstverlener, financiert de infrastructuurcomponent en brengt de publieke partner rente in rekening voor het gebruik van de middelen.