Multics (Multiplexed Information and Computing Service)

Multics (Multiplexed Information and Computing Service) was een mainframe time-sharing besturingssysteem dat werd ontwikkeld in de periode 1963-1969 door de samenwerking van het Massachusetts Institute of Technology (MIT), General Electric (GE), en Bell Labs. Multics was het eerste of een van de eerste besturingssystemen dat gebruik maakte van pagina-gesegmenteerde opslag. Het besturingssysteem was geschreven in PL/I en draaide op GE-hardware. Tegen 1970 had Bell Labs zich uit het project teruggetrokken en ging Honeywell, dat de computerafdeling van GE had gekocht, verder als leverancier van hardware. Steun van de Advanced Research Projects Agency hielp het project te ondersteunen.

In 1973 kondigde Honeywell een commercieel systeem aan, de 6180, bestaande uit twee processors die elk 1 MIPS draaiden, 768 kilobyte geheugen, een 8 megabyte bulk store, een 1,6 gigabyte harde schijf, 8 tape drives, en twee communicatie controllers. De prijs bedroeg ongeveer 7 miljoen dollar. Later werd een meervoudig schijfsysteem, het New Storage System (NSS), toegevoegd. In 1977 bood Honeywell de eerste commerciële relationele database aan, de Multics Relational Data Store (MRDS).

Mettertijd behoorden General Motors, Ford en Industrial Nucleonics (later AccuRay) tot de klanten van Multics. Eind jaren tachtig waren de pogingen om Multics te migreren naar meer strategische processorarchitecturen, zoals die van Intel, mislukt en droeg Honeywell het onderhoud over aan een van haar laatste klanten, de Universiteit van Calgary, die het heeft overgedragen aan een plaatselijk bedrijf, CGI Group Inc. In september 1998 beheerde CGI Group nog steeds het enige overgebleven Multics-systeem.

In 1969 inspireerde de naam Multics (uitgesproken als MUHL-tihx) de makers van een nieuwer besturingssysteem om het Unix te noemen.