Ioniserende straling

Ioniserende straling, ook (onnauwkeurig) radioactiviteit genoemd, is elektromagnetische (EM) straling waarvan de golven voldoende energie bevatten om de bindingsenergie van elektronen in atomen of moleculen te overwinnen, waardoor ionen ontstaan. De golflengte is korter dan die van ultraviolet ( UV ).

Ioniserende straling kan voorkomen als een spervuur van fotonen met een aard die lijkt op die van zichtbaar licht, maar met een veel kortere golflengte en daardoor hogere frequentie . Dit type straling omvat röntgenstraling en gammastraling. Massievere deeltjes vormen ook ioniserende straling indien zij zich met voldoende snelheid verplaatsen. Hiertoe behoren snelle elektronen (bètadeeltjes), protonen, neutronen en heliumkernen (alfadeeltjes). Ioniserende straling is gevaarlijk omdat zij de inwendige structuren van levende cellen beschadigt. Dit kan leiden tot celdood in hoge doses over een korte periode, en fouten in het voortplantingsproces (mutaties) in lagere doses over langere perioden.

Voorbeelden van niet-ioniserende EM-straling zijn onder meer radiogolven (RF), extreem laagfrequente velden (ELF), infraroodstraling (IR), zichtbaar licht, en UV-straling. Deze vormen van EM-energie zijn over het algemeen niet gevaarlijk, met enkele uitzonderingen: hoogenergetische radiomicrogolven en IR die destructieve verhitting van biologisch weefsel kunnen veroorzaken; intens zichtbaar licht dat blindheid kan veroorzaken; en intens UV dat blindheid en oppervlakkige brandwonden van de huid kan veroorzaken in hoge doses gedurende een korte periode, en huidkanker en cataract van het oog in lagere doses gedurende lange perioden. Er is discussie over de vraag of langdurige blootstelling aan matig tot intense radiofrequente (RF) velden en ELF-velden schadelijk is voor de mens.

De meest gebruikte eenheid van ioniserende straling is de becquerel (Bq), gelijk aan één desintegratie of nucleaire transformatie per seconde. Omgerekend naar basiseenheden in het Internationaal Stelsel van Eenheden ( SI ), is 1 Bq = 1/s of 1 s -1 . Een alternatieve eenheid is de curie (Ci), die overeenkomt met 3,7 x 10 10 desintegraties per seconde of 2,2 x 10 12 desintegraties per minuut. Om van curies naar becquerels om te rekenen, vermenigvuldigt u met 3,7 x 10 10 . Om van becquerel naar curie om te rekenen, vermenigvuldigt u met 2,7 x 10 -11 .