Bandpass filter

Een bandpass filter is een elektronisch apparaat of circuit dat signalen tussen twee specifieke frequenties doorlaat, maar dat signalen bij andere frequenties discrimineert. Sommige banddoorlaatfilters vereisen een externe stroombron en maken gebruik van actieve componenten zoals transistors en geïntegreerde schakelingen; deze staan bekend als actieve banddoorlaatfilters. Andere banddoorlaatfilters gebruiken geen externe stroombron en bestaan alleen uit passieve componenten zoals condensatoren en spoelen; deze worden passieve banddoorlaatfilters genoemd.

De illustratie is een amplitude-vs-frequentiegrafiek, ook wel spectrale plot genoemd, van de karakteristieke curve van een hypothetisch banddoorlaatfilter. De afsnijfrequenties, f1 en f2, zijn de frequenties waarbij het vermogen van het uitgangssignaal daalt tot de helft van het niveau bij f0, de middenfrequentie van het filter. De waarde f2 - f1, uitgedrukt in hertz (Hz), kilohertz (kHz), megahertz (MHz), of gigahertz (GHz), wordt de filterbandbreedte genoemd. Het bereik van de frequenties tussen f1 en f2 wordt de filterdoorlaatband genoemd.

Banddoorlaatfilters worden vooral gebruikt in draadloze zenders en ontvangers. De belangrijkste functie van zo'n filter in een zender is de bandbreedte van het uitgangssignaal te beperken tot het minimum dat nodig is om gegevens met de gewenste snelheid en in de gewenste vorm over te brengen. In een ontvanger maakt een bandfilter het mogelijk signalen binnen een geselecteerd frequentiebereik te horen of te decoderen, terwijl signalen op ongewenste frequenties niet worden doorgelaten. Een banddoorlaatfilter optimaliseert ook de signaal-ruisverhouding (gevoeligheid) van een ontvanger.

In zowel zend- als ontvangsttoepassingen maximaliseren goed ontworpen banddoorlaatfilters, met de optimale bandbreedte voor de gebruikte communicatiemodus en -snelheid, het aantal signalen dat in een systeem kan worden doorgegeven, terwijl interferentie of concurrentie tussen signalen tot een minimum wordt beperkt.