Autonomic computing

Autonomic computing is een zelfsturend computermodel dat is vernoemd naar, en gebaseerd op, het autonome zenuwstelsel van het menselijk lichaam. Een autonoom computersysteem zou het functioneren van computertoepassingen en -systemen regelen zonder dat de gebruiker daar iets voor hoeft te doen, net zoals het autonome zenuwstelsel lichaamssystemen regelt zonder dat het individu daar bewust iets voor hoeft te doen. Het doel van autonomic computing is om systemen te maken die zichzelf besturen, in staat zijn om op hoog niveau te functioneren en tegelijkertijd de complexiteit van het systeem onzichtbaar houden voor de gebruiker.

Autonomic computing is een van de bouwstenen van pervasive computing, een verwacht toekomstig computermodel waarin kleine - zelfs onzichtbare - computers overal om ons heen zullen zijn, communicerend via steeds meer onderling verbonden netwerken. Veel marktleiders, waaronder IBM, HP, Sun en Microsoft, doen onderzoek naar verschillende componenten van autonome gegevensverwerking. Het project van IBM is een van de meest prominente en ontwikkelde initiatieven. In een poging om open standaarden voor autonome gegevensverwerking te bevorderen, heeft IBM onlangs een document verspreid dat het "een blauwdruk voor het bouwen van zelfbesturende systemen" noemt, samen met bijbehorende hulpmiddelen om de concepten in de praktijk te helpen brengen. Net Integration Technologies adverteert zijn Nitix-product als "'s werelds eerste autonome serverbesturingssysteem."

Volgens IBM zijn er acht cruciale elementen in een autonoom computersysteem: het moet uitgebreide en specifieke kennis bijhouden over al zijn componenten; het moet de mogelijkheid hebben om zichzelf te configureren om te passen bij variërende en mogelijk onvoorspelbare omstandigheden; het moet zichzelf voortdurend monitoren voor optimaal functioneren; het moet zelfhelend zijn en in staat zijn om alternatieve manieren te vinden om te functioneren wanneer het problemen tegenkomt; het moet in staat zijn om bedreigingen te detecteren en zichzelf daartegen te beschermen; het moet zich kunnen aanpassen aan omgevingsomstandigheden; het moet gebaseerd zijn op open standaarden in plaats van propriëtaire technologieën; en het moet anticiperen op de vraag en tegelijkertijd transparant blijven voor de gebruiker.