Antitrust

Antitrust is een groep wetten die zijn ingesteld om bedrijfspraktijken te reguleren om ervoor te zorgen dat eerlijke concurrentie plaatsvindt in een open-markteconomie ten voordele van de consument.

Antitrust bestaat als regelgeving over de bedrijfsvoering en is een onderdeel van het mededingingsrecht in de Verenigde Staten. Antitrustwetten zijn bedoeld om onrechtvaardige praktijken een halt toe te roepen, oneerlijke samenwerkingsverbanden tegen kleinere concurrenten te doorbreken en gezonde concurrentie op de vrije markt te bevorderen. Door het speelveld van de open markt gelijk te trekken, resulteert concurrentie tussen verkopers in goederen van betere kwaliteit, een ruimere keuze, lagere prijzen en meer innovatie.

In de Verenigde Staten is de Federal Trade Commission (FTC) verantwoordelijk voor de handhaving van de antitrustwetten en richt zij zich op de meest lucratieve consumentenmarkten, waaronder informatietechnologie (IT), internetdiensten, energie en gezondheidszorg. Antitrustwetten verbieden onder meer prijsafspraken en handelsbeperkingen door speciale belangengroepen. Antitrustwetten verbieden ook fusies die de concurrentie op een markt zouden verminderen, de oprichting van monopolies om controle over het marktaandeel te krijgen en pogingen om een monopolie in stand te houden door oneerlijke praktijken. Het ministerie van Justitie (DOJ) kan organisaties bestraffen wegens criminele schendingen van de antitrustwetgeving wanneer de FTC daartoe bewijzen aanlevert. Sectoren die onder de bevoegdheid van het DOJ vallen zijn onder meer banken, telecommunicatie en vervoer zoals luchtvaartmaatschappijen en spoorwegen.

De belangrijkste antitrustwetgeving in de VS omvat de Interstate Commerce Act van 1887, de Sherman Act van 1890, de Clayton Act van 1914 en de Federal Trade Commission Act van 1914. Voorstanders van antitrustwetten beweren dat zonder overheidstoezicht misbruik door bedrijven en consolidatie van rijkdom en macht zal leiden tot hogere prijzen en minder keuzemogelijkheden, waardoor de consument wordt geschaad. Terwijl voorstanders van antitrustwetten geloven dat zij een vrije markt garanderen, voeren tegenstanders aan dat de vrije markt, en niet de overheid, slecht zakelijk gedrag moet corrigeren. Zij menen ook dat bedrijven door zelfbestuur fusies kunnen gebruiken om efficiënter te werken en zich sneller aan nieuwe markten aan te passen, terwijl overheidsinterventie via antitrustwetten potentiële innovatie alleen maar in de kiem smoort.